Laat jij jouw jongen genoeg ruimte om zichzelf te zijn?
Voor sommige jongens liggen onderpresteren, onzekerheid en motivatieproblemen op de loer. Niet omdat er iets mis met hen is, maar omdat zij soms moeite hebben hun plek te vinden in een omgeving waarin veel van hen gevraagd wordt op het gebied van concentratie, luisteren en stilzitten.
In de praktijk zie ik regelmatig jongens die creatief en energiek zijn in vrije situaties, maar minder goed uit de verf komen op school. Daar wordt een beroep gedaan op andere vaardigheden dan waar zij van nature sterk in zijn.
Bram (8 jaar) geeft aan na een dag school soms helemaal los te gaan op zijn zusje. Een ongelukkig duwtje van haar kan hem dan net te veel worden. Na school is hij praktisch vergroeid met zijn bal. In het weekend blinkt hij uit als spits in zijn voetbalteam. Als hij maar niet stil hoeft te zitten is hij een ander kind.
Ook Loek (10 jaar) heeft het moeilijk op school. ‘Moeten luisteren en taken maken is saai.’ Hij is op zijn best als hij in de klas met anderen gaat ‘klooien’, zoals hij dat zelf noemt. Zijn juf stond erop dat hij in therapie ging vanwege zijn grensoverschrijdende en brutale gedrag. Thuis is hij gelukkig als hij filmpjes maakt voor zijn eigen YouTube-kanaal of urenlang aan het klussen is in de garage.
Beide jongens moeten leren omgaan met wat er in het dagelijkse leven van hen verwacht wordt. Overal gelden normen en afspraken: op het voetbalveld, tijdens de zwemles, in het verkeer en ook op school. Wanneer kinderen hierin onvoldoende meekomen, kan dat gevolgen hebben voor hun ontwikkeling, zowel cognitief als sociaal. Tegelijkertijd is het belangrijk om oog te houden voor wat hen energie geeft en waar hun kwaliteiten liggen.
Het besef dat bepaald gedrag nodig is, maakt nog niet dat het lukt om dat gedrag ook te laten zien. Bij sommige kinderen is de behoefte aan beweging, afwisseling of contact simpelweg sterk aanwezig. Vaak zijn zij zich er nauwelijks bewust van wat er vanbinnen gebeurt op momenten dat zij onrustig worden.
Loek ben ik lichaamsgericht bewust gaan maken van wat er in zijn lichaam gebeurt als hij stil moet zitten. Hij kon zo ervaren dat hij onprettige kriebels kreeg, drukke gedachten in zijn hoofd en ticjes, zoals het knipperen met zijn ogen. Hij kwam weerstand tegen om deze oefening te doen en wilde ‘weg’. Door dat gevoel van weg willen te onderzoeken, te beschrijven en te ervaren zonder ervoor te vluchten, nam de spanning geleidelijk af. Hij ontdekte een manier om innerlijk ruimte te geven aan zijn gevoelens, in plaats van deze op te bouwen totdat ze er ongecontroleerd uitkwamen.
Ook Bram raakte gedurende de therapie steeds meer geïnteresseerd in zichzelf. Hij wilde begrijpen waarom hij dingen impulsief deed. Eerder wilde hij na een uitbarsting nergens over praten. Nu lukte het hem met de nodige humor om van een afstandje naar zijn gedrag te kijken. Zijn vader speelde hierin een belangrijke rol. Hij hielp Bram na een escalatie eerst rustig te worden en besprak vervolgens zonder oordeel wat hij een volgende keer anders zou kunnen doen. Doordat Bram steeds meer zicht kreeg op zijn eigen handelen, werden deze gesprekken interessant in plaats van belerend.
Deze ervaringen hielpen beide jongens op hun eigen manier beter met zichzelf om te gaan. ‘Saai’ was een woord dat ze gebruikten voor gevoelens en ervaringen waar ze eerder geen woorden voor hadden. Naarmate hun zelfkennis groeide, kregen ze meer grip op hun gedrag zonder zichzelf kwijt te raken. Ze ontdekten dat er achter hun onrust, weerstand of impulsiviteit vaak iets schuilging dat begrepen wilde worden.
Misschien is dat wel een van de belangrijkste dingen die we kinderen kunnen meegeven: niet alleen leren hoe ze zich moeten gedragen, maar ook nieuwsgierig leren worden naar zichzelf. Want wie zichzelf beter begrijpt, kan zijn kwaliteiten beter benutten én omgaan met de uitdagingen die daarbij horen.
*) Om de privacy van de cliënten te waarborgen is gekozen voor een fictieve namen.